DRAGER – ONDERGROND

Keuze drager

Je kunt met olieverf op veel typen ondergronden schilderen zoals op hout, metaal en doek. De drager dient geschikt gemaakt te worden zodat er voldoende hechting van de olieverf ontstaat. Dit gebeurt met een hechtprimer, krijtgrond of/en gesso. Tevens is het van belang dat de ondergrond voldoende stabiel is. Deze mag niet werken, krimpen & uitzetten. De drager moet voldoende hechting bieden voor de gekozen verf en dikte er van. Kies een ondergrond die past bij het beoogde eindresultaat en dus de daartoe geëigende schildermaterialen en schildertechniek.

Superglad

Materiaal: Metalen plaat zoals koper, dibond & alucopal, alucore.

Bewerking: De platen worden fijn geschuurd en voorzien van een daartoe geschikte hechtprimer.

Eigenschappen:

  • Geschikt voor fijnschilderen en de laag-over-laag techniek.
  • Het oppervlak is zo glad dat je het best kunt werken in dunne lagen. Tussen de lagen in zijn de droogtijden aanzienlijk.
  • Dikkere verf duw je al snel heen en weer (glijden).
  • Het oppervlak is niet zuigend, het gebruik van medium dient beperkt te worden tot een minimum.
  • De ondergrond is super stabiel en schilderijen op metaal blijven vaak vele eeuwen in goede conditie.
  • Ik heb ervaren dat het schilderen van menselijke huid via meerdere lagen met transparante verf tot een mooi resultaat kan leiden.
  • Het werk is makkelijk te beschadigen omdat het oppervlak van deze drager hard is en de verflaag dun is.

Glad

Materiaal: Plaat zoals multiplex met toplagen, watervast MDF (groen), Masonite.

Bewerking: Behandel het oppervlak met een ontvettingsmiddel en voorzie het van enkele lagen gesso. Tussentijds wordt geschuurd. Zo ontstaat een glad oppervlak met voldoende hechtkracht.

Eigenschappen:

  • Plaatmateriaal is voldoende stabiel maar kan wel de neiging hebben om krom te trekken.
  • MDF vind ik kwetsbaar, vooral bij het stoten van de hoeken.
  • Masonite heeft mijn voorkeur alhoewel je ook daarmee moet opletten met stoten van de hoeken.
  • Plaatmateriaal wordt vaak toegepast door de fijnschilder die in meerdere lagen het schilderij opbouwt.
  • Plaatmateriaal is voldoende sterk op er ook met dikkere verflagen op te werken, maar in dat geval zou ik een marouflage prefereren.

Glad met structuur

Materiaal: Plaatmateriaal kun je uitstekend voorzien van een zogenaamde marouflage. Op de plaat wordt textiel zoals linnen of katoen verlijmd.

Bewerking: Het textiel wordt verlijmd met een lijmgrond en voorzien van enkele lagen krijtgrond (gesso). De toplaag wordt voorzien van een sluitlaag.

Eigenschappen:

  • De verkregen ruwheid van het verfoppervlak hangt af van het type textiel en de mate van afwerking met krijtgrond/schuren.
  • Via een lattenframe op de achterzijde voorkom je kromtrekken van het paneel. Soms wordt de achterzijde van het paneel ook voorzien van marouflage zodat de eventuele spanning op tweezijdig ontstaat.
  • Op een dergelijk paneel kun je feitelijk met iedere schildertechniek werken. Van fijnschilderen tot en met impasto.
  • Een nadeel is dat een dergelijk paneel relatief zwaar en onhandelbaar is.

Structuur

Materiaal: Er is een ruim aanbod aan katoenen en linnen doek dat is opgespannen op een spieraam. Het aanbod daarvan is groot en deze doeken zijn er in allerlei kwaliteitsklassen.

Bewerking: Het is verstandig de doeken te voorzien van extra lagen met gesso. Schuur na droging.

Eigenschappen:

  • Ze zijn redelijk geprijsd zijn en het gewicht is laag.
  • De textuur van het textiel leent zich goed voor het opbrengen van verf. Er blijft genoeg verf achter waardoor de dekkracht van de verf goed is.
  • Deze doeken zijn vrij kwetsbaar. Een keer verkeerd vastpakken en je drukt er een deuk in.
  • Het is hinderlijk dat het doek  bij het opbrengen van verf beweegt.
  • Het opgespannen doek leent zich ook minder goed voor het opbrengen van dikke lagen (impasto).
  • Spielatten moeten van degelijke kwaliteit zijn en mogen niet doorbuigen. Er bestaan speciale spielatten waarin aluminium profiel is verwerkt.
  • Doeken zijn erg geschikt voor impressionischtisch werk, alla prima schilderen en plein-air schilderen (in de buitenlucht).

Superglad

Glad

Berken- of Populierentriplex, tweezijdig gegrond met een acrylaatprimer

Glad met structuur

Structuur

Ik realiseerde mij dat de oude meesters noodgedwongen zijn overgegaan op textieldoek. Voor de 17e eeuw, toen machinale weeftechnieken nog niet gebruikelijk waren, werd er op eikenhouten panelen geschilderd. De nadelen waren: het hoge gewicht, gevoelig voor krimp, scheuren, houtworm, aantasting door het “uitzweten” van ongewenste natuurlijke stoffen uit het hout etc. Met de intrede van doek ontstond tevens de behoefte aan schildersgronden en verven die flexibel waren zodat oprollen van het beschilderde doek mogelijk werd. Het werd een behoorlijke uitdaging.