IMPRIMATURA – DE KLEUR

Imprimatura – Kleur

Witte grond:
Op een witte grond kan zowel met transparante verven (glacerend) als met dekkende verven geschilderd worden.

Gekleurde grond:
Op een gekleurde grond zal de kleur daarvan doorwerken/doorschemeren in de kleuren van de opgebrachte transparante verf. Soortgelijke kleuren versterken elkaar. Complementaire kleuren verdonkeren (zoals bij mengen). De toon van de gekleurde ondergrond bepaalt in grote mate de helderheid van het eindresultaat. Met dekkende verven kan het effect van een gekleurde grond worden geïsoleerd/afgedekt. Briljance en diepte wordt eerder bereikt met transparante verven. Uiteraard kan in een werk gekozen worden voor een gedeeltelijk gekleurde ondergrond en afwisselend gebruik van transparante en dekkende verven.

De oude meesters maakten veelal gebruik van een gekleurde grond/imprimatura. Op die manier konden ze de maximale kleurkracht en diepte behalen met gebruik van de destijds beschikbare verven.

Een schilder heeft een leven lang nodig om al deze mogelijkheden en de pro’s en contra’s te proberen en te ervaren. Het hangt ook af van je schilderstijl en techniek.

Ook bij de alla prima techniek (nat-in-nat) kan het nuttig zijn om een werk te voorzien van een gekleurde onderschildering. Denk aan een uniforme kleurtonaliteit. Tevens temper je het wit van de grondlaag en zijn de contrastverhoudingen beter te beoordelen.

Ik heb ervaren dat het experimenteren met een gekleurde grond in combinatie met dekkende en transparante verven mij absoluut veel brengt. Er valt op dit gebied voor mij nog heel veel te proberen.

Hieronder vindt je relevante info van uit diverse bronnen. Gedateerd, maar nog steeds van toepassing.

Lees ook:
Imprimatura – De eerste beschildering
Imprimatura – Test

  1. Grijs: Met grijs wordt het intens witte van de gesso/grond getemperd. Een lichtgrijze imprimatura is toepasbaar voor de meeste genres/onderwerpen. Grijs is multi-toepasbaar en kun je gebruiken als het kleurpalet nog niet bepaald is.
  2. Groene Aarde: Door portret- en modelschilders werd groene aarde gebruikt voor bepaalde delen, daar waar er behoefte was om het intense rood en paars te dempen en semi-transparantie van de huid te tonen.
  3. Rode Aarde / Gebrande Sienna: Deze rode imprimatura wordt toegepast door landschapschilders. Het warme rood is complementair aan het groen. Het geeft meer diepte aan de vele groene tinten van gras/struiken/bomen. Het rood resulteert in de luchtpartijen voor een wat violette zweem (mauve).
    Rode Aarde / Gebrande Sienna wordt ook toegepast door model- en portretschilders. Hiermee wordt een warme schaduwkleur bewerkstelligd.
  4. Donker Bruin: Een traditionele imprimatura, een dekkende verf veelal gemengd vanuit Rode Aarde of Mars Rood, Zwart en een klein deel Gele Oker. Toegepast door model- en portretschilders.
  5. Gele Oker / Rauwe Sienna: Deze gele aarde kleuren zorgen voor een rijke warme stralende ondergrond. De imprimatura wordt gebruikt door portretschilders en landschapschilders.
  6. Gebrande Omber en Rauwe Omber: Deze tinten zijn uitermate geschikt omdat de verven transparant en sneldrogend zijn. Nadat een dun laagje met veel oplosmiddel is opgebracht kunnen bepaalde delen worden weggeveegd, waarmee bijvoorbeeld een portret al meteen diepte krijgt.
  7. Licht Blauw: Deze imprimatura wordt toegepast bij het alla prima schilderen (nat-in-nat). Het geeft een mooie heldere koele achtergrond bij het schilderen van water, lucht en atmosferische effecten.
  8. Wit: Een egale witte achtergrond is geschikt voor het beschilderen met heldere lichte tonen zoals de kleuren geel, oranje, rood. Ze verlenen een deze kleuren maximale luster en brilliance. Dekkende verven tonen echter donkerder.

Met dank aan: Katherine Griffin

Gekleurde gronden / imprimatura

 Een drager wordt allereerst voorzien van één of meerdere lagen grond. Tegenwoordig wordt vrijwel altijd gewerkt met een gesso op basis van acryl. Je kunt overwegen om een dergelijke grond te voorzien van een dunne transparante kleurlaag, de zogenaamde imprimatura. Je gebruikt hoervoor transparante olieverf die je sterk verdunt met een oplosmiddel zoals terpentine, gomterpentijn of zest-it. Op een paneel kun je ook gebruik maken van een pigmentpasta op basis van dierenlijm (een lijmverflaag).

Je kunt ook werken met een gekleurde grond op basis van acrylverf die je voldoende vloeibaar maakt met water. Verdeel het op de acryl-gesso grond met behulp van een schildersdoek.

Het is ook mogelijk om olieverf aan te lengen met een alkyd-medium zoals liquin natural. Hiermee wordt een korte(re) droogtijd bewerkstelligd.

In plaats van een transparante kleurlaag kun je er voor kiezen om een dekkende kleurlaag op te brengen. Dus een kleurlaag met dekkende verf. Deze tinten staan veel luchtiger dan glacerende tinten en zijn vooral in de lichtere tinten (wit, geel, pastels) het meest geschikt; ze passen veel beter bij de olieverfschildering. Een gekleurde dekkende grond maak je door aan de magere olieverf (verdund met een oplosmiddel) dekkend wit toe te voegen.

Gekleurde gronden worden al naar gelang het beoogde werk afgedicht (voorzien van een sluitlaag).

Wat je kunt bereiken met een beschildering op een gekleurde grond:

  • Een witte grond:
    Op een witte grond kun je vrijwel alle kleuren en kleurschakeringen schilderen; iedere kleur toont goed. Echter, het beoordelen van kleuren tegen een witte achtergrond is lastig (kleurperceptie). Je bent geneigd in te lichte tonen en met te weinig contrast te schilderen. Hierdoor kan het werk er vlak en koel uitzien. Een ervaren schilder zal op luchtige wijze warme en koele en contrasterende kleuren naast elkaar plaatsen. Op een witte grond kun je zowel glacerend als dekkend werken.
  • Een gekleurde grond:
    Op een gekleurde grond kun je met dekkende en/of transparante verven schilderen. Met dekkende verven heb je in ieder geval het voordeel dat de achtergrondkleur doorschemert in de totale afbeelding. Er ontstaat een uniforme kleurtonaliteit. Bij gebruik van transparante verven zal de kleur van de imprimatura direct doorschemeren in het werk. Dit effect wordt dominanter bij een imprimatura met een donkerder toon. Door de afbeelding met halfdekkende verven te schilderen (tussen dekkend en transparant in) ontstaat het optische grijs. Rembrandt, Rubens, Van Dijck en vele anderen lieten een halftoon in hun schilderingen staan. Het zo ontstane grijs ziet er luchtiger uit dan geschilderd grijs.
  • Een lichtgrijze of grijze grond:
    Op een (licht)grijze grond wordt de kleur van de geschilderde afbeelding wat meer kleiachtig en toont enigszins mat. Sommige schilders gebruiken dit effect bij het schilderen van vleespartijen. Vooral als de ondergrond meedoet in de beschildering
  • Een grijze en grijsgroene kleur met Veronese groene aarde heeft ook een gunstige werking op vleeskleuren; ook als overwegende kleur in de schildering.
  • Lichte oker of rood:
    Een gekleurde ondergrond van lichte oker of bijvoorbeeld rood versterkt warme kleuren zoals het geel, oranje en rood en zwakt de intensiteit van contrasterende kleuren zoals blauw en groen af. Deze kleuren worden gebroken. Het totale schilderij krijgt een harmonische uitstraling. Het werkt erg fraai om de contrasterende kleur vervolgens te beschilderen met een warme tint.
  • Erg kleurintense en donkere gronden:
    Let op, vooral bij het gebruik van transparante verven. Contrasterende kleuren verdwijnen volledig en resulteren in een heel donker tonend schilderij.
  • Een grond van (rauwe) omber:
    Een dergelijke grond wordt niet aanbevolen. Lichte kleuren kunnen van tint veranderen en verdonkeren.

Het gebruik van kleurgronden wordt absoluut geadviseerd. Je hebt er veel voordeel van, zeker bij de gelaagde schildermethode maar ook bij een alla prima werkwijze. Kies de kleur van de imprimatura met zorg. Het gedeeltelijk bedekken van een doek met een imprimatura behoort ook tot de mogelijkheden. Ongetwijfeld valt er nog heel veel te leren en uit te proberen.

Vrije bewerking en omzetting in moderner Nederlands (bron Max Doerner)

Historie:

De drager werd voorzien van een afwerking met krijt- of halfkrijt- of oliegrond.
De gebruikte imprimatura was op basis van harsolieverf (zoals Mussini) of ei-tempera die voorzien is van een damarvernislaag dan wel pigmentpoeder dat toegevoegd is aan een schellakisoleermiddel. 

De meesters uit de gotiek en de vroege Renaissance kleurden hun witte gipsgronden met roodachtige, geelachtige of groenachtige aardverflagen (imprimatura). Hiermee werd een sluitlaag gecreëerd waarmee werd voorkomen dat de olie uit de olieverf in de grond werd geabsorbeerd (gezogen). Met zo’n gekleurde grond kreeg je tevens een middentoon (gelijke tonaliteit) waardoor het makkelijker was om de verfkleuren en tonen van de beschildering te beoordelen. Tevens fungeerde zo’n kleurgrond als ondergrond voor de onderschildering of witverhoging (doodschilderen).

 Ook werd wel gewerkt met een bolusgrond. Deze werd vervaardigd vanuit ijzerhoudend klei waarin een hoge concentratie aan aardpigmenten voorkomt. Nog later werden bruine en rode aardverven gebruikt zoals Armeense Bolus, Sienna Gebrand, Lichte Oker gebrand en Caput Mortuum (ossebloed / lijkt qua kleur op marsviolet).

Rubens maakte een imprimaturaverf bestaande uit   gemalen harde tekenhoutskool, loodwit en een bindmiddel (mastiek of dierenlijm?). Deze verf werd met een spons snel opgebracht. Het zag er streperig en zilvergrijs uit. Met deze imprimatura kreeg de geschilderde voorstelling een bijzonder luchtige en aantrekkelijke uitstraling.

Rubens, Van Dijck, Rembrandt en vele andere meesters gebruikten op linnen een in één keer opgebrachte imprimatura van halfkrijtgronden met een middentoon. Opmerking: Een halfkrijtgrond is een op dierenlijm gebaseerde krijtgrond waarin, door verwarmen en intensief roeren, lijnolie is geëmulgeerd.  

 Titiaan en Tintoretto maakten gebruik van een middelgrijze halfkrijtgrond.

Andere meesters gebruikten donkere caput mortuum-achtige gronden, waarop door dunnere en dikkere witte lagen de vorm (zoals op een lei met griffel) door de optische grijze tinten uitgebeeld werd.

En zo had iedere schilder een eigen methode en werkwijze. Zo ook Januarius Zick en Rachel Ruysch, beiden schilders uit de periode tussen rococo en classicisme schilderden over de witte grond   de donkere kleur caput mortuum (het tegenwoordige “mars violet”). Daarover werd geschilderd met donkere oker en krijt. De afwerking bestond uit een harslaag. Deze imprimatura had een middentoon die er warm en “niet branderig” uitzag. Dit in tegenstelling tot gebrande sienna.

 

Vrije bewerking en omzetting in moderner Nederlands (bron Max Doerner)