SLUITLAAG – HET DOEL EN HET WAAROM

Gedurende het droogproces van olieverf wordt deze steeds harder. In eerste instantie verdampt de terpentijn en lijnolie. Daarna begint, onder invloed van zuurstof en UV-licht, het oxidatieproces. Na ongeveer een jaar is het raadzaam het schilderij te voorzien van een vernislaag. Deze vernis bedoeld om kleuren op te halen en het schilderij te beschermen tegen vervuiling (door roken, koeken en stoken). Een tweede, misschien wel belangrijkere reden is dat met de vernis het schilderij wordt afgesloten van de intrede van zuurstof en tevens het UV-licht wordt geblokt. Het oxidatieproces van de verf wordt hiermee gestopt of ten minste gereduceerd.

Bij het schilderen op canvas wordt vaak vergeten dat het doek vaak permeabel is. Met andere woorden, het doek heeft ook een achterzijde via welke zuurstof kan binnendringen tot in de verf. Het oxidatieproces Gaat gewoon door, dit keer via de achterzijde van het canvas doek. Houd maar eens een beschilderd canvas doek tegen het licht. Je zult verbaasd zijn hoeveel licht nog gewoon door de verf en het doek schijnt.

De oude meesters waren op ambachtelijk gebied heel grondig en secuur. Natuurlijk, er is ook veel werk verloren gegaan. Maar er zijn ook respectabele werken die het aanzien meer dan waard zijn en honderden jaren geleden zijn geschilderd. Petje af. Aanvankelijk was er nog geen textiel op spieraam. Ze schilderden op een houten paneel. Het was een min of meer stabiele ondergrond. Ook koper werd beschilderd. Later pas kwam het linnen doek op spieraam in zwang.

Er werd veel tijd besteed aan het prepareren van de schildersgrond. Panelen en doeken werden met kennis van zake en grote kundigheid voorbehandeld. Vaak werd het paneel of doek voorzien van meerdere lijmgronden. Daarna werd het oppervlak glad gemaakt via meerdere lagen krijtgrond (gesso). Er is veel kennis vergaard die wij nu nog steeds met succes kunnen gebruiken en toepassen.

Beschildering in gang op een paneel dat voorzien is van een vermiljoenoranje sluitlaag.

De sluitlaag is een afscheiding tussen de zuigende ondergrond en de olieverf en voorkomt wegslaan van de olie uit de verf

Krijt- en gessogronden zijn nog vrij poreus. Het nadeel is dat daardoor de lijnolie uit de olieverf in de grondering trekt. De verf schiet in (wegslaan). Door het opbrengen van een sluitlaag wordt de preparatielaag minder absorberend gemaakt.

Er bestaan van oudsher nogal wat recepten voor een sluitlaag. Ik noem er enkele:

  • Bestaande uit een lijmlaag van dierlijke lijm. De met water bereide konijnenlijm, beenderlijm of vislijm oplossing wordt bij een temperatuur van circa 60 graden Celsius opgebracht. Al na 24 uur kan begonnen worden met de onderschildering.
  • Een sluitlaag gebaseerd op drogende lijnolie
  • Soms gebruikte men afgeroomde melk. De caseïne zorgden voor het vormen van een laag en vulde de poriën.
  • Een goede sluitlaag (recept Percyval Tudor-Hart) bestond uit lijnolie + eigeel + wateremulsie + 1/1 zinkwit/loodwit, dit verdund met water. De tweede laag werd onverdund aangebracht. Na enkele dagen drogen werd de laag geschuurd. Het eindresultaat was een zeer fijn halfmat oppervlak.
  • Ook werden soms vernissen zoals damar en mastiek als sluitlaag gebruikt

Praktisch gezien gebruik ik het liefs een sluitlaag op basis van dierlijke lijm. De ingrediënten,   zoals konijnenlijm, koop je gewoon bij de art-speciaalzaak of bij Verfmolen De Kat.

Met een lijmgrondering kun je een prachtig mat oppervlak verkrijgen. Op deze website vind je er bij de recepten foto’s van. Een lijmgrondering is sowieso vrij hard. Ik gebruik deze dan ook enkel op een houten paneel dat ik bespan met kaasdoek. Doek is niet geschikt, het werkt te veel.

Tevens is het voordeel van een paneel dat toetreding van zuurstof via de achterzijde van het schilderij uitgesloten is.

Veel werk? Ja!   Maar het is echt de moeite waard. Ik schilder liever op een stabiel deugdelijk paneel met een bijzonder prettig oppervlak dan op canvas op spieraam. Van zo’n doek weet je eigenlijk niets. De soort en kwaliteit van het canvas, de manier waarom de voorzijde en al dan niet de achterzijde geprepareert en behandeld is, de soort en kwaliteit van de opgebrachte lagen zoals “gesso” en het (vuren)houten frame. Het blijft een groot vraagteken hoe dergelijke materialen zich op termijn zullen houden.