VAKJARGON VOOR DE KUNSTSCHILDER

TJA … HOE ZAL IK HET ZEGGEN?

Je wilt met vakgenoten praten over je ervaringen met schilderen, het kleurgebruik, de schildertechniek, hoe de kleuren op je overkomen …. dat is niet zo eenvoudig.

Ook kunstschilders hebben een vakjargon.

Hieronder vindt je  de nodige termen en benamingen. Ik heb geprobeerd het enigszins te rangschikken. Het overzicht is nog verre van compleet. Ik zal het regelmatig aanpassen.

Dekkingskracht

  • Dekkend / Opaak
  • Half dekkend / half opaak
  • Half transparant
  • Transparant
  • Doorschijnend
  • Glacerend / glacis
  • Relatieve opaciteit = relatieve ondoorschijnendheid

Droogtijd:

  • Sneldrogend
  • Versneld de droging
  • Droogtijd, kort, middelmatig lang
  • Oxidatie van de verf
  • Droogsnelheid
  • Droging
  • Sommige pigmenten werken als katalysator en versnellen de droogtijd
  • Olieverf droogt
  • De verflaag ondergaat een aantal driedimensionale veranderingen
  • Werken van de onderlaag
  • Dikte neemt toe, dikte neemt af
  • Voorzien van fixatief

Hoe een kleur overkomt:

  • Optische eigenschappen
  • Enkelvoudige pigmenten
  • Briljant en schone mengkleuren
  • Tintkracht
  • Stralend versus Dof
  • Licht versus donker
  • Warm versus Koel
  • Verzadigd
  • Intens
  • Helder
  • Zuiverheid
  • Doorschijnendheid
  • Kleurkracht
  • Ondertoon = kleur van heel dun uitgestreken verf
  • Kleurkracht
  • Hoog tot laag chroma
  • Rijke kleur
  • Grote dekkracht
  • Bonte kleuren,
  • Fonkelende natuurlijke transparantie
  • Dunste gewassen tonen
  • Lichtste tinten
  • Onverdunde kleur
  • Reflectie
  • Reflectieniveau (in %)
  • De hoeveelheid licht die wordt weerkaatst door een kleurstaal

De penseelstreek/oppervlakte reliëf

  • Textuur
  • Grein
  • Impasto
  • Ophogen
  • Licht vangen

De eigenschappen van de verf door de jaren heen

  • Prestaties van verf
  • Duurzaam
  • Matig duurzaam
  • De duurzaamheid
  • Duurzaamheidniveau
  • Integriteit van de verflaag generaties onaangetast blijft
  • Vergroot de duurzaamheid
  • Flexibel
  • Veerkracht
  • Buigzaam
  • Hard
  • Rimpelen en scheuren
  • Kans op craquelé
  • Kans op dof worden
  • Inschieten
  • Bladderen en schilferen
  • Vergelend / niet vergelend
  • De hechting van een verf
  • Verankeren
  • Stabiel
  • Veroudering
  • Uitstekend duurzaam
  • Lichtecht
  • Vergankelijk
  • Gradatie bij onverdund gebruik
  • Kan in dunne gewassen tonen verschieten
  • Dampbestendigheid niet gewaarborgd
  • Verbleekt onder invloed van zuren en zure atmosfeer
  • Fluctuerende kleur
  • Verschiet in het licht
  • Herstelt zich in het donker
  • Lichtechtheidsgradatie
  • De hoogste Lichtechtheidsgradatie

Over de samenstelling van olieverf:

  • Pigmenten
  • Pigmenten die dispergeren in olie
  • Pigmenten in een suspensie
  • Bindmiddel
  • vulstoffen
  • Aardkleuren
  • Organische kleuren
  • Organische pigmenten
  • Anorganische pigmenten
  • Dichter bij het hoge chroma blijven van de primaire kleuren
  • Pigmentgehalte en kleurkracht
  • Dekkracht
  • Onvervreemdbare pigmenteigenschappen
  • Kleurafnemend vermogen van witte verf
  • Enkelvoudige pigmenten
  • Biedt het breedste kleurenspectrum en schonere mengkleuren
  • Massakleur = kleur direct uit de tube

Over de drager en de lijst

  • Drager
  • Paneel
  • Canvas
  • Linnen
  • Spiraam
  • Spi
  • Spilatten
  • Spannen / opspannen
  • Lijst
  • Baklijst
  • Encadreur / lijstenmaker

Verfhuid:

  • Glansgraad
  • Glanzend
  • Zacht glanzend
  • Zijdeglans
  • Mat
  • Verbetert de glans
  • Reflectie van de verflaag
  • Weerschijn van de verflaag

De dikte van de verf:

  • Verwerkingseigenschappen
  • Viscositeit
  • Verminderd de consistentie
  • Pasteuze verf
  • Pasteuze technieken
  • Dunnere onderlaag
  • Dikke verf
  • Verf die is verdund tot een vloeibare consistentie
  • Dikke stijve consistentie
  • Houdt penseelstreken en mes-sporen uitstekend vast
  • Vloei- en verwerkingseigenschappen
  • Verbetert de vloei
  • Beheerst de vloei
  • Verf wordt zo gewreven zodat hij de meest stabiele suspensie vormt
  • Boterachtige consistentie
  • “Korte” consistentie / streek vasthouden

Over het gebruik van olie:

  • Vettig / vet / mager
  • Verzadigen met olie
  • Met olie inwrijven tegen ingeschoten verfplekken
  • Olie wegzakken naar een onderliggende laag
  • Olieabsorptie
  • Olie-index
  • Inschieten is het verschijnsel dat een laag verf zijn bindmiddel en daardoor zijn glans verliest.
  • Olie trekt uit de laag in een onderliggende magerder verflaag.
  • Olie trekt in een absorberende ondergrond
  • Storende glansverschillen tussen verschillende partijen

Over het kleurgebruik van de schilder:

  • Rijke tonaliteit
  • Toonaangevend
  • Secundaire en tertiaire mengkleuren
  • Evenwichtig spectrum
  • Meng- en expressiemogelijkheid van het totale spectrum
  • Verflaag krijgt diepte
  • Verflaag krijgt ruimtelijke uitstraling