HET SCHILDEREN VAN DUNNE LIJNEN

Voorstellingen met dunne lijnen

Er zijn voorstellingen waarbij je dunne lijnen schildert. Uiteraard hangt dat af van je schilderstijl. Zo zal er bij een nat-in-nat of impasto schildermethode eerder suggestief gewerkt worden dan bij een realistische schilderstijl.

Het is enorm leerzaam om impressionistische schilderijen van Joseph Mallord William Turner, Johan Barthold Jongkind en Oscar-Claude Monet te bestuderen. Vooral de haven- en scheepstaferelen bevatten toch nog vrij veel details zoals tuigage (zie foto’s in dit bericht).

Onderwerpen:

Harlingen, 9 januari 2021. Het Nederlandse opleidingsschip Europa. Een tall ship, type bark met stalen romp.

De drager/ondergrond:
Je schildert een dunne lijn makkelijker op een gladde drager dan op een doek met textuur. Bedenk daarom vooraf met welke schilderstijl de voorstelling het best tot uitdrukking gebracht kan worden. Die schilderstijl moet je natuurlijk wel beheersen en het moet bij jouw expressie passen. Zoiets kun je niet forceren. Kies daarbij de juiste drager. Lees meer …

Het Penseel:
Voor lange dunne ononderbroken lijnen werk je het best met een sleper. Een sleper kan veel verf bevatten en eindigt in een mooie slanke punt. Kies voor marterhaar, het is veerkrachtig en blijft goed in vorm. Een sleper is erg geschikt voor lange rechte of gebogen lijnen. Wil je daarentegen dunne krullijnen schilderen, kies van voor een rond en puntig penseel. Kies bij voorkeur voor penselen met een lange schacht/steel.

De consistentie van de verf:
De verf moet in één constante beweging uit het penseel vloeien. Met dikke of stroperige verf lukt dat niet. Zorg er daarom voor dat de verf dun-vloeibaar is. Dat bereik je het best door de verf op het palet te mengen met een geschikt medium/oplosmiddel. Mijn ervaring is dat je goede resultaten behaalt door de verf te mengen met een paar druppels terpentine. Met zest-it lukt dit ook maar terpentine vloeit toch makkelijker. Meng de verf met de terpentine op het palet met gebruik van een schildersmesje. Meng de verf nooit met je penseel want de dikkere verf in de haren zorgt er voor dat de verf niet meer mooi vloeit.

Proefstreepjes en keukenpapier:
Steeds als je nieuwe verf van het paneel in je penseel opneemt, probeer je eerst op het palet hoe de verf vloeit. Zo laat je eerst de overmaat aan verf afvloeien voordat je aan het echte werk begint. Veeg, voordat je nieuwe verf opneemt, je penseel af met keukenpapier. Tussen duim en wijsvinger.

Gebruik van een schildersmes/spatel:
Lijnen kun je ook accentueren door ze op te hogen. Breng met de zijkant van je schildersmes of japanse spachtel een randje verf op. De opgehoogde verf vangt meer licht en valt gegarandeerd op.

De verf:
Kies voor dekkende verven. Dit is herkenbaar aan een zwart vierkantje op het etiket op de tube. Met een dekkende verf is de kans op doorschemeren van de eerder geschilderde lagen gering(er). Meng in ieder geval met gebruik van het dekkende titaanwit.

Hoe dun kun je en wil je schilderen?:
Als je heel erg bedreven bent kun je ragdunne lijnen schilderen. Er blijft dan nagenoeg geen verf achter. De beschildering van het schilderij speelt zich af in de laatste micrometers op het oppervlak. Dat is misschien niet zo wenselijk. Het is beter om een lijn met wat meer volume te schilderen waarbij de lijn, als dat wenselijk is, dun lijkt.

Contrast:

  • Als je wilt dat de lijn goed afsteekt en ook wat dikker toont:
    Op een donkere achtergrond kies je een lichtere toon. Op een lichte achtergrond kies je een wat donkerder toon. Op een warme achtergrond kies je een koele kleur. Op een koele achtergrond kies voor een warme kleur. Hierbij kun je gerust dezelfde lijn schilderen in meer tonen/tinten.
  • Als je wilt dat je lijn dun lijkt en nagenoeg niet zichtbaar is:
    Probeer dan de toon van de lijn nagenoeg gelijk te maken aan die van de de achtergrond en kies voor een andere tint/kleur. Bijvoorbeeld een lichtgrijze lijn tegen een lichtblauwe lucht. Je kunt ook kiezen voor een lijn met dezelfde tint als de achtergrond maar met een andere toon. Bijvoorbeeld een touw met een lichte omber kleur op een donkere houtkleurige achtergrond.
  • Ieder voorwerp heeft een belichte en een schaduwzijde. Het is dan ook geraffineerd om een één lijn in twee keer te schilderen. Bijvoorbeeld met een warme lichte tint over/naast een donkere koele tint. Hier en daar vloeit de verf in elkaar over.

Richting en snelheid:
Meestal zal het penseel meer verf afgeven bij de start dan aan het einde van de te schilderen lijn. Daarbij kan de schilder gaandeweg de snelheid van de streek verhogen. Hoe sneller de streek, hoe dunner de lijn. Schilder daarom van dik naar dun.

Oriëntatie:
Het is heel normaal dat het maken van een streek in een specifieke richting je beter afgaat. Verticaal omhoog is misschien makkelijker dan horizontaal naar links. Maak het jezelf vooral makkelijk en draai desgewenst je schilderij op zijn kant of op zijn kop.

Stabiele arm en goede houding:
Neem de tijd om je werk goed op te stellen voordat je begint met het schilderen van lijnen. Zorg dat je armbeweging ten opzichte van het schilderijoppervlak parallel verloopt. Je wilt niet dat je penseelpunt tijdens een streekbeweging naar of van het schilderoppervlak toe beweegt.

Penseel vasthouden:
Niet iedereen heeft een vaste hand. Houdt een penseel niet aan de voorzijde vast, dan zullen al je willekeurige bewegingen zichtbaar zijn in de lijn. Als je de sleper aan de achterzijde van de steel vasthoudt, dan dempen bewegingen als het ware uit. Dit lukt als je ervoor zorgt dat de penseelpunt het verfoppervlak blijft raken. Daarbij heb je meer bewegingsvrijheid, vooral bij gebogen lijnen. Je kunt dan ook met het penseel een draaiende beweging maken. Leuk voor portretten met veel krulhaar.
Voor het signeren kun je het puntpenseeltje wel zoals een schrijfpen vasthouden.

De schildersstok of liniaal:
Rechte lijnen trek je met behulp van een schilderstok. Neem de tijd om de schilderstok op de juiste afstand en evenwijdig aan het werk te plaatsen.

Schilderen van lijnen in een natte of droge verflaag:
Een lijn schilder je bij voorkeur op een gedroogde verflaag. Je penseel bevat maar weinig dunne verf. Als je in een natte laag schildert dan zal de verf in de penseelpunt snel vertroebelen.

Schilderen van een lijn in retoucheervernis:
Ik heb gelezen dat Turner zijn scheepsverstagingen geraffineerd kon schilderen door de gedroogde onderlaag eerst te voorzien van een retoucheervernis en vervolgens lijnen te trekken in de, nog natte, retoucheervernis. Ik moet dat nog steeds eens gaan uitproberen.

Fouten corrigeren:
En natuurlijk, is een geschilderde lijn niet naar je zin …. Je poetst hem op een droge onderlaag zo weer weg. Lees meer …

Zo niet! Een sleper houd je niet vast zoals een schrijfpen.

Zo wel! Houdt de sleper losjes vast aan het eind van de steel.

Joseph Mallord William Turner, 1775-1851.

Johan Barthold Jongkind, 1819-1891.

Oscar-Claude Monet, 1840-1926.